Home » De club » Ons kent Ons » Luie spitsen. Erik Veenman, Steven Olsthoorn

Luie spitsen. Erik Veenman, Steven Olsthoorn

📁 Ons kent Ons 📅 vrijdag 09 oktober 2015
Luie spitsen. Erik Veenman, Steven Olsthoorn Luie spitsen. Erik Veenman, Steven Olsthoorn Luie spitsen. Erik Veenman, Steven Olsthoorn Luie spitsen. Erik Veenman, Steven Olsthoorn

Onderstaand dubbelinterview heeft gestaan in de Westlandiaan van 13 mei 2015.

Interviewer: Jan v.d. Meijs

 

Luie spitsen.

Erik Veenman, Steven Olsthoorn

Het leek me leuk om voor de verandering een keer een dubbelinterview te doen. Het ‘spitsenduo’ Erik Veenman en Steven Olsthoorn  zou een mooie uitdaging zijn  voor  een nieuwe rubriek. Erik Veenman was meteen enthousiast, toen ik hem het idee voorlegde na afloop van de thuiswedstrijd van Westlandia zondag tegen DHC. We gingen meteen op zoek naar Steven Olsthoorn.

Op weg naar de kleedkamers deed Erik meteen al een gevatte uitspraak over Steven en voegde er aan toe: ‘een mooie quote, Jan’. Die quote ben ik vergeten, maar het gaf wel aan dat Erik al bezig was ‘met het schrijven van mijn stuk’. Ook Steven, in een prima humeur na een overwinning van  3 – 1,vond het leuk om mee te doen.

We spraken af  op een donderdagavond na de training van de zondagselectie.

Even voorstellen

Erik Veenman, 60 jaar. Hij was jarenlang tuinder met een bedrijf aan de Poelkade. Momenteel chauffeur en mede organisator van het jaarlijkse korenfestival.

Hij scoorde  123 keer voor Westlandia. En speelde zowel tegen Ajax als tegen Feyenoord, vriendschappelijk.

Steven Olsthoorn, 24 jaar. Hij heeft met succes een HBO opleiding afgerond, is verkoper van telefoons bij Vodafone en actief met het in de markt zetten van een nieuwe bijzondere schoenenlijn (samen met Silvio Vermeer).

Gaat in het komende seizoen bij topklasser v.v. Katwijk spelen.

Wat zijn je eerste voetbalherinneringen?

Erik:

‘Voor mijn echt eerste voetbalherinnering was ik een jaartje of vier, op de kleuterschool. Vanaf mijn geboorte slechthorend, ging ik op de eerste schooldag de klas in en daar zag ik wel een juffrouw voor het bord staan, maar ik hoorde haar niet. Wat doe je dan? Je pakt een bal en je gaat weg. Ik speelde dan alleen, eigenlijk was ik gewoon aan het spijbelen.’

Steven:

‘Ik heb nog een leuke foto vanuit de F1. Vroeger werd er een pasfoto  van je gemaakt met een bal, met één knie op de grond en in een heel oud shirt van Westlandia met Van der Valk erop. Die foto is voor mij de basis als het gaat om voetballen. Bij de eerste herinneringen hoort ook Rinus de Moedt, die een aantal jaren mijn trainer was. Dat was een leuke tijd.’

 

Hoe ben je lid geworden van Westlandia?

Steven:

‘Mijn broer voetbalde destijds bij Honselersdijk, die  zei: Je moet bij Westlandia gaan voetballen. Mijn vader was al supporter van Westlandia. Dat was toen een van de beste verenigingen van de regio. Dat was dus een simpele keuze voor mijn ouders. Die hebben hun zoontje van 5 jaar aangemeld bij Westlandia. Ze hebben puur gekeken hoe hoog de club speelde en hoe groot die was.’

Erik:

‘Alle eer gaat naar Jan van Schie en Nico Zwinkels, die kwamen vanaf dat ik 7 jaar oud was bij mijn vader aan de deur om te vragen of ik kwam voetballen bij Westlandia.’ Maar van zijn vader mocht Erik gewoon niet op de voetbal. ‘Hij zei tegen mij: Je mag alle sporten doen, maar we gaan niet voetballen. Ik heb toen nog een tijdje gehandbald. Daar heb ik wel perfect leren vallen. Dat kwam later in het strafschopgebied nog weleens van pas.’

‘Ik mocht echt alle sporten doen, maar daar lag mijn hart niet.’

 ‘Na het overlijden van mijn vader stonden ze weer op de stoep, ik was toen 17 jaar. Om te vragen of ik bij Westlandia kwam spelen. Ze kenden me intussen wel. Ik kende een aantal jongens o.a. van de verkennerij. Ik trainde soms stiekem mee bij Koos van Zeijl.’

Eriks schoolprestaties waren dusdanig dat hij naar de Carolusschool, een broederschool in Den Haag gestuurd werd. Alleen op de fiets naar Den Haag dat was in het begin niet gemakkelijk. Onder de middag voetbalde hij mee met het schoolteam en hij speelde mee met schoolwedstrijden. Dat gebeurde onder begeleiding van broeder Erik en broeder Edward. ‘Omdat ik zo goed kon voetballen wilden zij, dat ik lid werd van VVP (‘Voetbal Vereniging Pancratius’, maar volgens Erik stond het voor ‘Vuile Vieze Pingelaars’).

‘Dat is erg jammer dan, zei ik, want ik mag niet voetballen van mijn vader.’

Dat was geen probleem, want de broeders belden zijn vader met de boodschap, dat het  niet zo goed ging met Erik op school, dat zijn schoolprestaties gewoon beter konden. Zij stelden voor om hem bijles te geven op zaterdagochtend. Dat vond zijn vader prima. ‘Wat mijn vader niet wist: dat ik naar VVP ging. Daar lag een compleet setje voetbalspullen voor me klaar en ik ging voetballen bij VVP. Zij betaalden ook nog mijn contributie.’

‘Met VVP ben ik ook een keer drie dagen naar Frankfurt geweest. De broeders hadden toen via een brief laten weten dat de school 3 dagen op retraite ging in Duitsland.’

‘Mijn vader dacht, dat ik op mijn knieën lag, maar ik ging voetballen.’

Wanneer besefte je, dat je goed kon voetballen?

Steven:

‘Ik heb niet echt dat moment gehad. In de jeugd had ik vooral heel veel plezier in het voetballen. Dat was het belangrijkst. Als je jong bent, besef je dat minder. In de C speelde ik in een team met heel goede voetballers. Dan merk je dat je stappen maakt. Maar… een paar jaar geleden speelde ik nog bij Maasdijk in de derde klasse.’

Erik:

‘Het wordt je verteld door de anderen. Je speelt inderdaad zoals Steven zegt vooral voor je plezier. In feite heb je het niet in de gaten.’

Wat is een goede spits?

Erik:

’Een spits krijgt altijd de meeste aandacht. Dat is ook terecht vind ik. Ze moeten ook het meeste doen: ruimte maken, zichzelf aanbieden, de bal vasthouden. Als spits moet je alles doen voor dat ene moment: het doelpunt.

Steven en ik zijn daarin zo’n beetje hetzelfde in mijn ogen. Een luie spits noemden ze mij. Wij zijn niet lui, nee wij weten wat er gedaan moet worden op het juiste moment. Spitsen worden alleen afgerekend op de goals, maar de mensen mogen weleens verder kijken.’

Steven:

‘Het is wel leuk dat je dat zegt. Bij Maasdijk was ik veel bezig met doelpunten maken, want daar wordt je op afgerekend. Daarmee moet je proberen op te vallen om verder te kunnen komen.’

‘Als spits ben je een soort kapstok. Het elftal gaat beter spelen als de spits goed in de wedstrijd zit.’

Welke ambitie heb je als voetballer?

Steven:

‘Als je klein bent, droom je ervan om profvoetballer te worden.

Nu weet je, waar je staat. Volgend seizoen speel ik in de topklasse. Nu is mijn uitdaging om vaste waarde te worden bij Katwijk. De ambitie van Katwijk is om naar de tweede divisie te gaan het jaar daarop. Je weet nooit waar zoiets toe leidt. Ik ben iemand die aanvoer vanaf de zijkanten nodig heeft. Bij Katwijk is zoveel kwaliteit op de zijkanten, dat moet voor mij een verademing zijn.’

‘Maar… het mooie van voetbal is: Je kan niks voorspellen.’

‘Mijn ambitie? Ik zou ooit nog weleens in het buitenland willen voetballen, al is het op een lager niveau, bijvoorbeeld in Spanje.’

(Erik heeft meteen een advies: ‘Fit blijven, dan. Heel fit blijven!’)

 

Wat was jou ambitie als voetballer?

Erik:

Mijn ambitie was winnen, spelen in Westlandia met het team en na afloop de gezelligheid van de spelers onder elkaar. Dat was mijn enige ambitie. Ik heb twee profcontracten aangeboden gekregen, maar dat ging niet, er moest simpelweg brood op de plank komen. Ik voetbalde net een paar jaar bij Westlandia. Prof worden, dat kon niet.

Ik heb er geen spijt van gehad, dat ik ben gebleven. Ik ben Westlandia nog super dankbaar. Ik heb een geweldige tijd gehad.’

 

Nog even terug naar de luie spitsen?

Steven:

‘Wij zijn allebei wat langer, dat heeft misschien ook wel iets te maken met het feit dat wij worden gezien als luie spitsen.’

In de C-junioren ging ik pas in spits spelen. Ik weet nog een wedstrijd. Ik stond ‘kopcirkel’ en ik zie de keeper op de penaltystip staan. Ik dacht: Ik ga daar niet helemaal naar toe lopen. Toen schoot ik hem zo over de keeper heen. Doelpunt. Heerlijk.’

Erik:

‘We speelden uit bij Verburch. Zij waren ook beter. Ik krijg  de bal op de middellijn, vogeltje vrij. Het is 60 meter naar het doel. Ik zie de keeper al driftig zijn doel uitrennen. Bam, eroverheen. Dat zijn de mooiste doelpunten.’

 

Over Steven.

Wat dacht jij toen Steven naar MVV’27 ging?

Erik:

‘Jammer, hij gaat voor zijn  plezier voetballen. Punt.’

Steven:

‘Ik moest naar zaterdag 1. Ik had weinig keus. Ik speelde toen in het tweede van de A-junioren. Ik moest op gesprek komen bij Cees Tempelaar. Ik wilde op de zondag spelen, maar hij bepaalde dat ik op de zaterdag zou spelen.’

Erik:

‘Dat heb ik later gehoord. Dat hebben ze vanuit de vereniging niet goed gedaan. Aan de spelers die overgaan naar de senioren wordt geen keuze gegeven.’

Steven:

‘Bij MVV’27  speelde ik in de tweede klasse, dat leek me een goede stap. Daar zou ik  met name op het fysieke vlak veel kunnen leren. Na twee jaar MVV’27 miste ik de uitdaging. Als we verloren dan was er na afloop dezelfde sfeer als wanneer we wonnen. Via Silvio Vermeer kwam ik bij Maasdijk. Met Maasdijk speelden we jammer genoeg  in de Rotterdamse afdeling. Na één seizoen Maasdijk wilde ik terug naar Westlandia. Ik wilde weer op niveau trainen, dat vond ik belangrijk.’

 ‘Toen heb ik Jan van Geest opgebeld en hem gezegd, dat ik weer bij Westlandia wilde gaan voetballen op zondag. Dat kon, maar dan wel in het tweede. Onder de nieuwe trainer Wim den Besten verdiende ik na twee wedstrijden een basisplaats. Daarna ben ik in het eerste gebleven.’

 

Herinneren jullie je nog mooie of belangrijke doelpunten?

Erik:

‘Een leuke. We speelden in de nacompetitie tegen Leerdam Sport. De trainer had ons nog gewaarschuwd voor een wild enthousiast thuispubliek. “Laat je niet gek maken”. Na vijf minuten… Aadje  (van Marrewijk)…. tsjoep…. hij lag in het netje (de bal)! Aad had zoveel punten voor ons gehaald. Wij zeiden in het veld tegen elkaar: ”Dit moeten we recht zetten, dat kunnen we niet maken.” Met man en macht gingen we op zoek naar een doelpunt. En het werd  1 – 1. Toevallig maakte ik hem. Met zijn allen, ook de spelers op de bank, vlogen op Aad af.  We hadden het doelpunt gemaakt voor Aad.’

‘Een mooi doelpunt was in het Westlands Elftal tegen het kampioenenteam van Feyenoord. Samen met Aad Moerman in de spits. Dat was echt een mooi doelpunt.

Steven:

‘Ik herinner me een doelpunt In de jeugd, in de A-junioren. Ik scoorde toen hier thuis tegen Quintus. We werden toen tweede in de competitie.’

‘Bij MVV’27 speelden we een vriendschappelijke wedstrijd tegen Excelsior Maassluis ( de grote broer). Er is een vrije trap op zo’n 22 meter van de goal. Die keeper zegt: “Laat  de muur maar zitten”. De bal vliegt zo in de winkelhaak. Dat zijn wel leuke doelpunten.’

Bij Westlandia, dit seizoen. In de uitwedstrijd tegen Magreb’90. Een vrije trap van 25 meter. De bal vloog zo de bovenhoek in. Maar uiteindelijk verloren we die wedstrijd met 2 – 1. Als je door die vrije trap de wedstrijd wint, is het een heel ander doelpunt.’

Nemen jullie ook de penalty’s?

Steven:

‘Daar hebben we geen duidelijke afspraken over in het team. Marco vd Knaap en ik bespreken het, we kijken elkaar aan, “wat gaan we doen” en dan neemt een van ons tweeën de strafschop. In de voorbereiding schoot ik één keer op de paal, verder heb ik nog nooit een penalty  gemist.’

Erik:

‘De penalty’s nam Kees Bentvelzen altijd. In één seizoen maakte Kees 11 doelpunten, waarvan 10 uit een penalty.’

 

Aan Steven.

Je speelt volgend seizoen bij Katwijk.  Hoe is dat contact tussen Katwijk en jou tot stand gekomen?

Steven:

‘Ik ben gewoon benaderd en ben daar op gesprek geweest. Bij Katwijk speelt Danny de Jel, met hem heb ik hier samengespeeld. Via hem hoorde ik ook het een en ander over de club en de ambities van de club. Hij vertelde ook, dat de trainer van de TC een A4tje onder de neus geschoven kreeg van spitsen, die in de Jupiler League speelden en mogelijk weggingen. ”Kijk eens of er wat bij zit?” De trainer had er niet eens naar gekeken en had het vel papier in de prullenbak gegooid.’

‘Hij had gezegd: ”Ik wil een jonge speler, die gretig is en die aan zich zelf wil werken”.’

‘Van Danny hoorde ik dat ze kwamen kijken. Dan moet je wel geluk hebben dat je iets kan laten zien. Als je geen pepernoot raakt, is het voorbij. Achteraf zeiden de mensen van Katwijk toen: We hebben een kwartier gekeken. Toen wisten we  genoeg. Ze hadden gekeken naar het vrijlopen, naar het uitzakken, naar het omschakelen, naar het aannemen van de bal en naar het aanspelen van de medespelers. Na een kwartier wisten ze genoeg.’

‘Zij waren ervan overtuigd, dat ik bij Katwijk een nog betere voetballer kon worden. En daar ben ik zelf ook van overtuigd.’

Wie vind je op dit moment de beste spits?

Erik:

‘Zlatan Ibrahimovic. Hij is waanzinnig, zoals hij speelt. De dingen die hij doet, vind ik te gek. De mensen begrijpen hem vaak ook niet. Dat gebeurt vaker bij spitsen. En… hij is ook lang.’

Steven:

(grinnikt)

‘Ik ben het helemaal met je eens. Hij is zo’n winnaar, bij Ajax, bij Inter, bij FC Barcelona, bij AC Milan en ook bij Paris Saint-Germain. Hij werd overal kampioen. Hij wil altijd winnen, linksom, rechtsom, het maakt hem niet uit.

Hij is ook een complete voetballer. Hij is zo technisch, zo sterk, zo zelfverzekerd.’

‘Dan heeft hij weer een grote mond, maar meteen erna schiet hij er weer een in de winkelhaak, met rechts, met links.’

Superlatieven schieten te kort.

Als de voice-recorder uitstaat komt Erik nog met mooie verhalen over de vriendschappelijke wedstrijden, die hij met Westlandia tegen Ajax en Feyenoord speelde. Verhalen met speciale tips voor Steven.

‘Kees Bentvelzen geeft een perfecte voorzet op het hoofd van Erik. Ik hang in de lucht en weet zeker dat dat de bal het net ingaat. Niet dus. Piet Schrijvers plukt de bal heel simpel. Normaal zat zo’n bal. Ik vraag aan Piet Schrijvers: Hoe doe je dat? Die had allang gezien, waar ik zou inkoppen. Piet Schrijvers :Bij zo’n voorzet moet je.. en Erik maakt bewegingen met zijn hoofd, praat over oogcontact maken…. Op dit punt wordt het voor mij te technisch, maar Steven, die gespitst luistert, begrijpt het. Wellicht zien we die ‘kopactie’ een keer van Steven bij Westlandia of Katwijk.

 

Toelichting bij de foto van Westlandia:

1978-1979. Het 1e elftal wordt kampioen in de 2e klasse A.

Zittend v.l.n.r.: Aad van Marrewijk, Piet Veer, Rob Olsthoorn, Anthony Visser, Erik Veenman George van Holsteijn, Vincent v.d. Berg, Jan Zeestraten, Joop van Holstein.

Staand v.l.n.r.: Cees Zoetemelk, Frans Batist, Ton Ballering, Ted Scholtes, Cees Bentvelzen, Koos Post, Peter Groenewegen, Paul Sosef, Frans Vollebregt, Geert van der Knaap, Peter Hoogerwerf en Cees de Zeeuw. 

 

Deel dit artikel met je vrienden