Home » De club » Ons kent Ons » Andere tijden, andere spitsen. Ton Ballering, Johan Voskamp

Andere tijden, andere spitsen. Ton Ballering, Johan Voskamp

📁 Ons kent Ons 📅 woensdag 11 november 2015
Andere tijden, andere spitsen. Ton Ballering, Johan Voskamp Andere tijden, andere spitsen. Ton Ballering, Johan Voskamp Andere tijden, andere spitsen. Ton Ballering, Johan Voskamp Andere tijden, andere spitsen. Ton Ballering, Johan Voskamp

Enige tijd geleden is onderstaand interview met Ton Ballering en Johan Voskamp geplaatst. Dit is echter "ondergesneeuwd" bij de vele berichten. Daarom nogmaals.

Red.

 

Andere tijden, andere spitsen.

Ton Ballering, Johan Voskamp

Dit wordt het tweede interview in de serie dubbelinterviews. Ik heb weer twee spitsen bij elkaar gezocht en kwam uit bij Ton Ballering, een Westlandia-spits uit de tijd aan de Lange Broekweg  en bij Johan Voskamp, voor wie Westlandia een opstap was naar hoger en verder voetbal. Als je zijn carrière ziet, is het bijna een wonder dat hij gewoon in De Lier woont. Ton vond de combinatie met Johan leuk, omdat Johan bij Westlandia speelde tijdens zijn voorzitterschap en Johan draait zijn hand niet om voor een interviewtje meer of minder. We spraken af op een woensdagavond bij Ton en Thea Ballering.

Even voorstellen

Ton Ballering, 77 jaar.’ Pensionado’ sinds 1999. Ton had een groothandel in levensmiddelen: Ballering BV. Hij speelde vanaf 1959 vele jaren in  Westlandia 1. Toen hij in 1972 stopte in het eerste team en na nog 3 jaar spelen in het tweede team, werd hij elftal leider in 1975. Vervolgens stroomde hij door naar het bestuur en was hij vanaf 2002 gedurende 5 jaar voorzitter van de vereniging .

Vermeldenswaard is ook  dat Ton ‘een hal op zijn naam heeft staan’: De Balleringhal.

Hij is verder  bekend als Ton Turfie. Die erenaam kreeg hij, toen hij 50 jaar werdvan PeterHoogerwerf. Nadat hij gestopt was met voetballen in het eerste team ging hij doelpunten turven, ‘omdat ze bij Westlandia nooit wisten wie zijn hoeveelste wedstrijd waar en wanneer speelde’. Dat turven deed hij 32 jaar.

Johan Voskamp, 30 jaar. Profvoetballer.  Na 5 jaar bij Westlandia speelde hij achtereenvolgens bij Excelsior, RKC Waalwijk, Helmond Sport, Sparta, Śląsk Wrocław in Polen en weer Sparta. Bij die laatste club heeft hij nog een contract tot medio 2016. Het begin van de competitie heeft hij gemist vanwege een blessure. Hij is aan het terugkomen en hoopt op speelminuten om doelpunten te kunnen maken.

 Johan weet overigens heel goed, wanneer je moet scoren: nl bij je debuut. Dat heeft hij een aantal keren gedaan.

Waar en wanneer trapte je voor het eerst tegen een bal?

Ton:

“Ja, dat weet ik nog wel. We speelden als jongens altijd in de Verspycklaan. Daar stond een jamfabriek, waar ook appelstroop gemaakt werd. Daar waren ook kolenloodsen. Het land, waarop die loodsen stonden, liep op een punt uit. Daar konden we dan voetballen. Voor school, onder school, onder de middag en na school. De bal maakten we van kranten en kapot geknipte banden. We speelden op klompen. Als we elkaar blokkeerden, vloog  soms de klep (bovenkant) van de klomp af. Als je dan thuis kwam , kreeg je op je sodemieter. Ik had diverse linker-klompen staan omdat de rechtse kapot gevoetbald waren.”

“Ik herinner me nog dat ik een havermoutbonnetje en een gulden meekreeg om nieuwe klompen te kopen bij klompenmaker (en molenaar) Van Broeck op de hoek van de Dijkweg en de Kleine Woerdlaan. Dit was net na de oorlog, toen ik zo’n 7 tot 10 jaar oud was.”

Johan:

“Het begon al in de box. Toen ik 1 of 2 jaar oud was, trapte ik al tegen een bal aan. Mijn oom Hans Hanemaaijer (speelde in het eerste van Lyra) begon me heel erg te pushen. Dat was al toen ik in de box stond, daarna in de gang en vervolgens op straat. Toen ik een jaar of 6/7 was voetbalden we op alle veldjes en pleintjes in de buurt. Een heerlijke tijd.”

Hoe keken jullie ouders tegen het voetballen aan?

Johan:

“Nou ja, op een gegeven moment was wel de standaardzin van mijn moeder bij ons in huis: KAPPEN MET DIE BAL. Mijn moeder was als de dood dat er vazen om gingen of glazen of ruiten kapot. Ze zag al helemaal gebeuren dat er spullen sneuvelden. Later besefte ze wel: Ik kan die jongen niet tegenhouden, hij vindt het voetballen zo leuk.”

“Wel was het zo toen ik 8, 9 jaar oud was, dat ik op zaterdag de sfeer in huis bepaalde, als we hadden verloren. Als ik dan met zo’n gezicht thuis kwam, dan was ik niet altijd goed te hanteren.”

Ton:

“Bij ons thuis was helemaal geen sportcultuur. Het was werken, werken, werken. We hadden een groot gezin. Ik was één van de 16. Ik ben eerst lid geweest van de verkennerij. Toen was het zo, dat je op 12 jarige leeftijd lid mocht worden. Dat moest natuurlijk het katholieke Westlandia worden, want wij waren van katholieke huize. Ik heb waarschijnlijk nog een jaar lopen zeuren en doen en een jaar later dan de andere jongens mocht ik lid worden.”

Wat weet je nog van eerste tijd bij Lyra(Johan) en Westlandia(Ton)?

Johan:

“Voetballen was geweldig, het onbevangene, het plezier van een doelpunt maken. Wat je nu wel bij de F-jes ziet, met zijn allen juichen, een buiksliding maken na een doelpunt, omdat je zo blij bent. Puur plezier in voetbal. Als je dan een wedstrijd ging spelen op zaterdag, dan had je je scheenbeschermers al aan en je sokken en je shirt. Als het dan regenachtig was, zat je a.h.w. te bidden dat het a.u.b. doorging, want anders was heel je zaterdag verpest.”

“Als je ouder wordt ,is dat er ook nog wel, maar alles wordt wel serieuzer, met tactiek, met een trainer.”

Johan doorliep heel vlot de jeugdelftallen. Hij startte in de F4, kwam al heel snel in de F1. Hij speelde maar één jaar in de E en gelijk door naar de D en dat betekende spelen op groot veld.

Ton:

“Ik ben begonnen in Westlandia 1 met een puntje erop: Westlandia i. De teams werden aangeduid in letters. Westlandia a was het oudste jeugdteam. Er was in die tijd(1951) maar één elftal per jaarlichting. Je speelde met alle kwaliteiten in een team.”

Ton herinnert zich nog voetbalschoenen met de noppen die met spijkertjes op de zool werden vastgezet. Het rubber van de noppen sleet sneller dan de spijkertjes. Dan waren voetbalschoenen echt wapens. Het voetballen was toen ook wilder.

“In de D-jeugd hadden we van lieverlee een goed team, waarmee we ongeslagen kampioen werden. We moesten 20 wedstrijden spelen, we wonnen ze alle 20. Alle jongens van dat team haalden het eerste elftal. Dat waren de 2 jongens van slager Scholtes, de 3 jongens van  Van den Ende, de melkboer. Kees van Dam, Koos Grootscholten, Leo Fransen en Wil Roos.”

 Johan:

“Toen ik 15 jaar was speelde ik bij Lyra in de B1. Ik speelde toen al langer met het idee om een stapje hogerop te doen. De B1 en de A1 van Westlandia speelden landelijk. Bovendien kon Lyra in het jaar daarop geen  A-elftal formeren. Jan Hoos de trainer van Lyra wilde mij wel overhevelen naar de senioren. Ik was net 16 jaar en ik vond dat nog te vroeg. Toen ben ik zelf naar Westlandia gegaan. Ik heb opgebeld, waarschijnlijk naar Chris Koehler. Ze kenden me wel als voetballer. Ik was welkom.”

“Ik speelde een jaar in de A1, landelijk tweede klasse. Ik werd toen topscoorder. Daarmee kwam ik op de radar voor het eerste. Op 16-jarige leeftijd zat ik wissel in de hoofdklasse wedstrijd uit bij AFC.”

In het seizoen daarop 2000/2001 maakte Johan zijn debuut in de wedstrijd  in Breda tegen Baronie. Hij maakte het enige doelpunt en Westlandia won die wedstrijd met 0 – 1. “Ik scoorde  tweemaal in de bekerwedstrijd tegen Lekkerkerk, maar in dat eerste seizoen heb ik niet zoveel meegedaan.

In datzelfde seizoen werden we met het tweede team  kampioen van Nederland van de zondag. Voor het algeheel kampioenschap van Nederland speelden we tegen  Ijsselmeervogels. We verloren helaas net aan. Het was een team met o.a.  Charley Vijverberg achterin en Don Olsthoorn.”

Wie heeft jullie leren voetballen?

Ton:

“Echte, gediplomeerde jeugdtrainers hadden we in de jeugd niet. Welwillende mensen uit de vereniging gaven training. Koos van Zeijl was er één van. Hij trainde heel veel teams. Op je twaalfde kon je pas lid worden van  de vereniging. Je leerde in de lagere schooltijd het voetbal  op straat.

Het was ook de tijd net na de oorlog: er was niet zoveel, er kon niet zoveel. Het ging allemaal een beetje ‘op zijn janboerenfluitjes’. Spelers die toen in het eerste speelden, dat waren voor ons de voorbeelden. Zoals Jantje Noordermeer en Coen Bentvelzen.”

Johan:

“ Hans Hanemaajier  ging heel vaak met mij voetballen, in zijn vrije tijd en op zondag. Dan ging hij keepen en moest ik ze maken, maar hij pakte ze allemaal. Dan gaf hij aanwijzingen hoe ik moest schieten:  met je standbeen dicht bij de bal.

De techniek van het voetballen leer je door het zelf te doen. ( Oefenen, oefenen, oefenen, roept Ton tussendoor).

“Jurgen Streppel, nu trainer van Willem 2, heb ik één jaar gehad bij Helmond Sport. Die heeft me veel geleerd op het mentale vlak. Hij was veeleisend. Hij liet mij zien wat het was om betaald voetballer te zijn. Als je een paar keer  gescoord had, en als je dan de maandag erop trainde op 90%, dan hield hij je scherp en pakte je vol aan. Een ander keer legde hij een arm over je schouder, maar een uur later schold hij je helemaal verrot.”

“Cees Tempelaar  bij Westlandia was ook zo iemand. Ik hoor nog die stem met dat Haagse accent:

 VO OSKA AMP, DA AT WAS NIET GOED, die schold je ook de huid vol. Na afloop van een training of een wedstrijd stonden we weer een biertje te drinken. Dan was het weer goed.”

Favoriete spitsen van Ton:

-          Wil Roos

-          Toon vd Zalm

-          Jan Noordermeer

-          Leo van Paassen.

-          Riley Ignacio, met hem werden we kampioen

Favoriete spitsen van Johan:

-          Ruud van Nistelrooij

-          Marco van Basten

-          Joost van Schie, oud teamgenoot

-          Ronaldo Luis Nazário de Lima(van PSV)

-          Erwin Zeestraten(Lyra)

-           

Wanneer ben je in de spits terecht gekomen?

Johan:

“Dat was pas in de B, bij Lyra. Ik was middenvelder. Toen scoorde ik als middenvelder meer dan de spits. Mijn toenmalige trainer zei toen: ‘ Ga jij maar in de spits spelen, dan maak je er misschien nog wel meer’. Dat ging goed en sindsdien ben ik in de spits blijven staan.”

“Als spits heb je wel minder balcontact en bij een verdedigende tactiek ben je soms wat geïsoleerd. Maar het mooie is wel dat je de man kan zijn , als je er 1 of 2 binnen tikt.”

Ton:

“Ik ben altijd spits geweest. Ik had het voordeel, dat ik een goede sprint had. Dan ben je natuurlijk de man die de achterhoede eruit liep en vrij voor de keeper verscheen. Alleen omdat mijn techniek niet zo geweldig was, heb ik met hardlopen wel het een en ander kunnen compenseren, maar met wat meer techniek had ik waarschijnlijk verder gekomen dan nu. Spelen in het eerste was wel een erezaak. Ik had in die tijd verkering, maar op zaterdagavond  ging ik dikwijls om half 11 al naar huis om op tijd naar bed te gaan om zo op zondag fit in het eerste te verschijnen.

 (Speelden jullie dan ’s morgens, vraagt Johan).

Wij hadden toen wel het idee dat je om een uur of elf naar bed moest, omdat een goede nachtrust belangrijk was. Uitslapen bestond toen ook nog niet. Op zondagochtend moesten we naar de kerk.”

Johan:

(over wat voor spits hij is)

“Ik heb niet de snelheid, die Ton pretendeert te hebben gehad. Ik moet het hebben van slimmigheidjes en rustig blijven voor de goal om te kijken wat de keeper doet. Als je schuin voor het doel staat, de bal met de binnenkant voet inschieten. Dan kan je veel meer gericht schieten.”

Hoe trainden jullie?

Ton:

“In 1956 ben ik senior geworden. In die tijd kregen we ook een betaalde trainer. Die trainde op dinsdag het eerste elftal en op donderdag alle andere senioren. Er was maar één avond, waarop je dingen kon leren.”

Trainers uit de beginjaren waren: Wim Tap, speelde ooit in het Nederlands elftal, Frans Schreurs en Lies van Geest, oud-speler van DHC.

“De training bestond uit hardlopen, hardlopen, hardlopen en sprinten en was dus heel erg op conditie gericht. Aan de Lange Broekweg lag tussen veld 1 en 2 nog een strook van 30 meter. Daar werd een lichtmast geplaatst. Als rond  een totempaal trainden we daar omheen, maar in de winter was dat snel een modderpoel.”

Johan:

Hij kwam als 16 /17-jarige speler bij de grote mannen van de selectie. “Dat was wel een eyeopener, heel anders dan in de jeugd. Die mannen schreeuwden, ze tackelden. Daar moest je je wel een beetje tegen wapenen. Richard  en René van Schie, Sven van Velzen waren 10 jaar ouder. Ik stelde me bescheiden  op. Als je dan doelpunten gaat maken, wordt je snel geaccepteerd.”

De training bij Westlandia was vrij professioneel met goede trainers (Cees Tempelaar, Wim Schaap) en we trainden vooral op tactische zaken Dat gebeurde met prima oefeningen. Er was een assistent-trainer, er was medische begeleiding.”

Welke wedstrijden zal je nooit vergeten?

Johan:

 De wedstrijd uit bij Baronie, dat je de 0 – 1 maakt tijdens de eerste wedstrijd in de basis.

Ik scoorde voor Excelsior tijdens mijn debuut bij de profs tegen FC Emmen. Dat is bijzonder.

In de kampioenswedstrijd met Excelsior tegen VVV scoorde ik ook. Het werd 3 – 1

De 8 goals voor Sparta in de wedstrijd tegen Almere City FC. De wedstrijd eindigde toen in 12 – 1.

Onvergetelijk was ook het doelpunt bij de opening van het nieuwe stadion van Śląsk Wrocław. Voor 43.000 mensen.

Een heel mooi doelpunt van Johan

Uit de wedstrijd Sparta – Helmond Sport de 1 – 0.

De bal kwam voor vanaf links. Hij kwam iets achter me. Ik nam hem in een keer uit de lucht met mijn linkerbeen vol op de pantoffel. Hij ging er vol in. Keihard.

Tip

Op YouTube zijn heel veel doelpunten van Johan terug te zien. Ook deze.

 

Ton:

De wedstrijd tegen Excelsior’20. Ik was toen 20 jaar. We speelden in het oude stadion van DHC en verloren die wedstrijd met 1 – 0.

Ik zal ook nooit de wedstrijd op Houtrust vergeten tegen Leonidas. Er waren zo’n 6000 toeschouwers. Ook die wedstrijd verloren we. Het werd 3 – 1 voor Leonidas.

Een paar doelpunten van Ton

Ik herinner me een kopgoal tegen Velo. Ik sprong bij wijze van spreken hoger dan die lange keeper Olsthoorn van Velo.

Tegen Verburch scoorde ik met links over Van Bergen Henegouwen heen

En ik scoorde menigmaal, als ik door mijn snelheid alleen voor de keeper verscheen. Dan durfde ik de keeper wel met rechts uit te spelen.

Ton is nog steeds actief bij zijn vereniging. Hij schrijft met grote regelmaat een ‘Oude Doos’ in De Westlandiaan en op de website, waarin hij terugblikt op wedstrijden uit vroeger tijden. Hij is inmiddels al bij aflevering 350.  

Tijdens de laatste jaarvergadering van Westlandia mocht hij de Verenigingsbokaal uitreiken aan Ineke de Moedt. Zij was verkozen tot vrijwilliger van het jaar. Ton hield een gloedvol betoog.

Johan Voskamp heeft  een periode met blessureleed achter zich en is bij zijn huidige club Sparta aan het terugkomen in de basis. Onlangs belde een oud teamgenoot uit zijn Westlandia-tijd hem: “Johan, ik hoop dat je nog heel veel jaren bij Sparta speelt. Dat gun ik je van harte. Maar  als dat niet zo is, kun je altijd terugkomen bij Westlandia.”

 

Fotobijschriften

Ton Ballering in actie.

Een echte actiefoto uit een wedstrijd tussen Westlandia en Verburch. Het is mooie weer en er staat verschrikkelijk veel volk langs de lijn.

De man met de opvallendste actie is ton Ballering. Hij zweeft ergens tussen hemel en aarde. Er is ook een actie van een Verburch speler. Die lijkt te gaan koppen. Ergens hangt ook nog een bal in de lucht. Het ziet er echter niet naar uit, dat de bal en de Verburch speler of dat de bal en Ton elkaars banen zullen kruisen. Wil Roos , Tons maatje in de spits kijkt met interesse toe. 

Ton Ballering team in kleur.

Dit team stond al eerder in De Westlandiaan. Bij het interview met Koos Grootscholten. Dit is junioren F . De jongens werden in 1953 zonder puntverlies kampioen. Hier komen de namen nog een keer.

Van links naar rechts: Japie ’t Hoen, Jantje de Bakker, Cock vd Ende, Leo Grootscholten(keeper), Leo Berendse, Leo de Kok, Geert vd Voort, Koos Grootscholten, Harry Scholtes, Ton Ballering, Cor Duyvesteijn.

Johan Voskamp, actiefoto.

Johan Voskamp in duel met Jeffrey Buitenhuis. De foto is genomen tijdens de wedstrijd Sparta – FC Den Bosch(26-10-2013)

Johan Voskamp

Johan speelde ook in Polen. Hij spreekt de naam van die club met argeloos gemak uit, alsof hij vloeiend Pools spreekt. Je ziet Johan hier in het shirt van   Śląsk Wrocław.

  

Deel dit artikel met je vrienden