Home » De club » Ons kent Ons » Twee onverzettelijke verdedigers, Gerard Scholtes en Marko van der Knaap

Twee onverzettelijke verdedigers, Gerard Scholtes en Marko van der Knaap

📁 Ons kent Ons 📅 woensdag 02 december 2015
Twee onverzettelijke verdedigers, Gerard Scholtes en Marko van der Knaap Twee onverzettelijke verdedigers, Gerard Scholtes en Marko van der Knaap Twee onverzettelijke verdedigers, Gerard Scholtes en Marko van der Knaap Twee onverzettelijke verdedigers, Gerard Scholtes en Marko van der Knaap

Twee onverzettelijke verdedigers

Dubbelinterview Gerard Scholtes en Marko van der Knaap.

Gerard  Scholtes.

Leeftijd: 69 jaar ‘geweest’.

Beroep: ondernemer, tevens eigenaar en ‘lastdrager’ van Event Plaza in Rijswijk.

Marko van der Knaap. Vaak aangesproken met Knaap.

Leeftijd 36 jaar

Beroep: werkzaam in de tuinbouw

We ontmoeten elkaar bij Gerard thuis in het centrum van Naaldwijk. Gerard Scholtes en Marko van der Knaap zijn beide centrale verdedigers en beide mannen zijn sturende spelers. Dat was de voornaamste reden om ze samen te interviewen. Gerard is van de generatie ‘beslissingswedstrijd op Houtrust tegen Leonidas’ en Marko is van de generatie ‘competitiestart in de hoofdklasse A zonder puntverlies na 10 wedstrijden, 30 uit 10’.(Inmiddels 33 uit 11)  In het gesprek ontmoeten twee totaal verschillende werelden elkaar. Gerard komt zo nu en dan weer op De Hoge Bomen om onder andere te kijken naar het eerste. En hij ziet Marko spelen op zijn favoriete plek. Gerard vindt ook dat Marko nog meer moeten sturen en aanwijzingen geven, waarop Marko vertwijfeld uitroept, “maar de jongens worden al helemaal gek van mij”.

 1.Waar en op welke leeftijd ben je gaan voetballen?

Gerard:

Gerard begon op twaalfjarige leeftijd met voetballen bij Westlandia. “Dat was een katholieke vereniging en wij waren katholiek. Mijn vader had een slagerij aan de Geestweg. Nu heeft Björn van Koppen  er zijn slagerij. Mijn oudere broer Harry en ik voetbalden vaak op straat (de Geestweg). Dat kon toen nog.

“We speelden met alles wat maar rond was, of rond gemaakt kon worden bijvoorbeeld met oude fietsbanden.”(Gerard)

Als je bij ons achter door de tuin van Veenman liep, kwam je op het veld van Naaldwijk. Daar voetbalden we ook wel, stiekem.”

Marko:

“Mijn moeder heeft weleens gezegd: Vanaf het moment het moment dat je kon lopen, ging je achter een bal aan. En dat doe ik nog steeds.

Toen ik 6 jaar was ging ik voetballen bij Quintus. We woonden in Honselersdijk tegen Kwintsheul aan. Daarom ging ik in Kwintsheul naar school. Mijn vader had in de achtertuin een goaltje gemaakt  en daar was ik na schooltijd altijd aan het voetballen, alleen of met de hond.”

2. Kom je uit een sportief gezin?

Marko:

 Een beetje aarzelend, “jaaa?”.” Ik weet eigenlijk niet zeker of mijn vader gevoetbald heeft, in zijn jeugd was het vooral veel werken. Hij was wel een echte Feyenoordsupporter. Hij had jarenlang een seizoenkaart voor Feyenoord en ging overal mee naar toe in de tijd dat de ploeg wedstrijden voor de Europacup speelde. Hij was wel bezeten van het voetbalspelletje.”

“Ik was Ajacied in een Feyenoordgezin. Marco van Basten was mijn idool. Ik wilde voetballen, zoals hij.”

Gerard:

“Mijn vader was een voetballer. Hij heeft altijd bij PFC in Poeldijk gespeeld, maar ik heb hem nooit zien voetballen.

Mijn vader was een nuchter man, hij had een ‘goedbeklante’ slagerij en een gezin met 9 kinderen. Dan was er niet zoveel tijd om naar de voetbal te gaan.

Toen we met 3 broers (Harry, Nico en ikzelf) in het eerste speelde en bij belangrijke wedstrijden dan kwam hij kijken. Mijn moeder kreeg alleen de vuile was van twee keer in de week trainen, in de modder.

Ik herinner me niet dat mijn vader bij elke wedstrijd langs de lijn stond. Mijn vader stond ook niet bij ‘Ouwe Droog’ voor.”

Marko’s ouders jaren later in 2009 wel.

 

Voetbalhumor(1)

Een mooi voorbeeld daarvan is de grap met Joost Heemskerk.

“Iemand had een kip in zijn voetbaltas gedaan. Na de training zit hij druk te praten en wil een handdoek uit zijn tas pakken. Ineens voelt hij die kip. Hij sprong bijna door het plafond heen.”

 

3. Wat herinner je je nog van het voetballen in de jeugd?

Gerard:

Hij heeft het er nog wel eens over met voetbalvrienden van vroeger Theo Schalke, Ton Ballering en anderen. ”Bij LVSJ in De Lier moesten eerst de koeienvlaaien van het veld geschept worden, een wc was er niet. Er was een schutting waar je tegen moest plassen. Bij VVP in Den Haag was er ook niet veel. Je kon nog net je benen met koud water afspoelen.”

“Aan de Lange Broekweg was de accommodatie aanvankelijk karig, geleidelijk werd alles beter, schoner en netter. Tegenwoordig op De Hoge Bomen is het heel chique heb ik begrepen.” Marko knikt instemmend.

Marko:

“Daar weet ik eigenlijk ook niet zoveel meer van. Bij Quintus speelde ik alleen in de E en de F, dat was met z’n allen op een half veld lekker ‘rausjen’ met een bal. Ik herinner me ook nog de E/F-kampen, dat we gingen slapen op Quintus in de kantine.”

“Toen ik naar SVV  ging, toen een club uit de eerste divisie speelde ik voor het eerst op een groot veld. Ik werd gescout op een toernooi bij de ’s Gravenzandse SV. Daar speelden we met Quintus op een toernooi. Wim Jansen liep daar namens SVV te scouten.”

Marko was daar helemaal niet mee bezig en wist ook niet hoe dat werkte. Het kwam op zijn pad. “Er ligt een brief voor jou. Je mag een proeftraining gaan doen bij een profclub”: zei mijn vader. Daar zijn we toen heen gegaan.”

“Van een foto weet ik nog dat het heel veel jongens waren, ieder in eigen tenue. We deden een training. Na een week kregen we een brief dat ik mocht komen.”

“Mijn vader zei: We gaan dat doen.” Marko was toen 9 jaar.

“Mijn vader had een druk tuinbouwbedrijf. Die kon mij niet 3 keer in de week naar Schiedam rijden. Mijn opa reed mij daarom 3x in de week naar de training en mijn vader deed de wedstrijd op zaterdag. Zes jaar lang. Tot en met de B- junioren.”

“SVV ging failliet en viel helemaal uit elkaar. Ik zou naar de A-junioren gaan en SVV speelde 3-de divisie.”

“We waren in Naaldwijk gaan wonen en ik ging toen een keer kijken bij een Eurosportringtoernooi op Westlandia. De A1 speelde in de 2-de divisie en de sfeer beviel me. En ik ben toen bij Westlandia gaan voetballen. Ik heb er mooie tijden meegemaakt, nog steeds eigenlijk.”

“Ik ben wel iemand die altijd heel hard moest werken om een plekje te verdienen. Ik zag vaak jongens om mij heen die beter waren, maar daar heb ik er meer van zien gaan dan blijven.” ( Marko)

 

Voetbalhumor(2)

“We waren op trainingskamp. Ik was kort ervoor geopereerd. Er was nog een wond net boven mijn bil. Uit voorzorg mocht ik niet het water in. Maar de wond was wel dicht. Het was lekker weer. Iedereen was bij het zwembad en iedereen probeerde elkaar in het water te duwen. Ik deed ook mee.

Piet Boon, toen de assistent-trainer was er ook. Ik zag dat hij mij in het water wilde duwen. Ik ben toen weggelopen naar zijn kamer, heb zijn koffer opengemaakt en al zijn kleren over elkaar heen aangetrokken en daar overheen mijn trainingskleren. Ik ging weer naar buiten naar het zwembad.

Ik zag Piet al aankomen en hij duwde mij in het water. Ik verzoop eigenlijk nog bijna door het gewicht van de kleding. In het water ging alles een voor een uit.

Ik zie Piet nog met grote ogen kijken. Zijn bloes, zijn jack, zijn spijkerbroek.

Hij had niks meer droog om ’s avonds aan te trekken.” 

 

Wanneer besefte jij dat je aardig kon voetballen?

Gerard:

“Anderen zeiden dat. Dat denk je niet vanuit jezelf. Dat zeggen ze tegen je.

Als slagersjongen kom je overal en dan hoor je dat. Maar als ik bij klanten in Poeldijk of Kwintsheul kwam, vonden ze me niet zo aardig.”

“Toen ik 24 jaar was, kwam Denis Neville van Scheveningen/Holland Sport tijdens een wedstrijd kijken. De trainer zette mij toen op de spits van de tegenpartij. Ik kon een contract krijgen voor een paar duizend gulden per jaar. Daarvoor moest ik 3x in de week trainen en 1 keer spelen. Dat heb ik niet gedaan. Ik verdiende meer met het geven van tennislessen.”

“Ik heb ook nog een proefwedstrijd gespeeld bij RCH op een zaterdagavond in Heemstede. Na de wedstrijd zei ik: Ik ga snel weer naar huis. Ik hoor nog wel wat voor plannen jullie voor mij hebben. Bel me maar.”

Gerard voetbalde bij Westlandia, maar daar is op een gegeven moment het tennissen tussendoor gekomen vanaf zijn 21-ste jaar. Hij werd Naaldwijks kampioen en Westlands kampioen (op een rolschaatsbaan in Poeldijk). Maar tennissen was toen nog een onbeduidende sport.

Wat was je positie in het veld?

Gerard:

“Mijn voorkeurspositie was stopperspil. Op die plaats speelde ook Koos Grootscholten. Door een blessure aan mijn rechtervoet, aan de achillespees ben ik links gaan trappen. Ik kon links net zo goed schieten als rechts. Mijn timing was goed en met mijn hoofd kon ik aardig uit de voeten. Ik was rustig en ik had ook een aardige knal in de benen.” Hij was een behoorlijk complete speler.

Gerard stond in de achterhoede en hij zegt terloops: Ik heb niet zoveel spelers voorbij zien komen. Je moet de toeschouwers van vroeger er maar eens naar vragen. Ze kwamen er gewoon niet voorbij, goedschiks of kwaadschiks. En zegt hij ook nog: Ik viel ze niet aan, ik had die bal gewoon.”

“Ik was al een jaar gestopt. Druk, druk, druk. Onder andere met mijn sportzaak. Ik volgde Westlandia ook niet meer zo. Harry, mijn broer kwam in de zaak. Heb je zondag wat te doen? Wat is er, vroeg ik? Westlandia staat voorlaatst. Zondag speelt het team tegen Scheveningen, de koploper. Wij hebben meegedaan. Ik als laatste man en Harry als  middenvelder en we wonnen die wedstrijd met 3 -1. De rechtsbuiten van Scheveningen was de angel van de ploeg. Ik zei tegen George van Holsteijn, dat hij op de man moest dekken, bij die man blijven, en geen meter er vandaan.”

“Tegen de spits van Scheveningen, een ‘patserig’ baasje, heb ik gezegd, dat hij beter linksbuiten kon gaan lopen.”

“Ja, er moest wel gewonnen worden.”

Westlandia wist dat seizoen degradatie te ontlopen.

Marko:

“In de jeugd speelde ik bijna altijd in de spits, of op het middenveld.

Bij Westlandia had ik Bob van Bohemen als trainer. Die zei bij aanvang van de competitie tegen mij, ga maar achterin lopen. Dat vond ik wel prima, want het elftal ging beter voetballen. Met Jasper van Dijk op het middenveld was het elftal meer in balans. We draaiden goed in dat seizoen in de 2-de divisie. Het jaar erna, met Joost van Schie in de spits werden we kampioen.”

“Na twee jaar in de A-junioren ging ik meteen door naar de A selectie. Op een gegeven moment scheurde Jaco Baven zijn kniebanden. Toen kreeg ik mijn kans in het eerste, ik nam zijn plaats over en ik ben er niet meer uit geweest.”

Dat klopt niet helemaal, want na een half jaar in Westlandia 1 onder Richard Grootscholten werd hij uitgenodigd voor een week stage bij ADO/Den Haag. In die week trainde hij mee met de selectie. Na die week kon hij een contract krijgen voor’de eerste 30’, de uitgebreide selectie. Kees de Jong, toen elftalleider bij Westlandia en bekend met het profwereldje  begeleidde Marko. Hij zei: “Dat gaan we niet doen, of bij ‘de eerste 18’, of niets.”

“Dat ketste dus af, dat was wel een beetje een tegenvaller.”

“Ik speelde nog mee in een oefenwedstrijd van ADO/Den Haag, waarbij Mark Wotte van FC Utrecht op de tribune zat. Hij keek voor een andere speler, maar een dag later belde hij mij. Ik kon een contract voor 2 jaar krijgen bij FC Utrecht.” Zo kwam hij bij C Utrecht.

Door het vele trainen kreeg Marko last van  zijn grote teen. Hij ging van 3x per week naar 2x per dag trainen. Uit onderzoek bleek dat een botje niet helemaal goed zat, gebroken was, 5 jaar eerder. Dat werd verholpen, maar hij was er wel een tijdje uit. “Toen ik weer terug op niveau was, werd Mark Wotte ontslagen.”

Uiteindelijk speelde Marko een aantal oefenwedstrijden bij FC Utrecht, maar geen wedstrijden in de eredivisie. “Daar werd ik laatste man in het tweede, dat is mijn plekje geworden.”

“Na FC Utrecht ben ik gaan voetballen bij FC  Omniworld. Daar speelde ik 3 jaar.

Toen ben ik weer teruggekomen op het oude nest.”

 

“Bij FC Utrecht werd ik aanvoerder in het tweede.

Maar meestal is het geen goed teken, als je aanvoerder wordt in het tweede, want dat betekent dat je echt in het tweede zit.”(Marko)

 

Zijn er wedstrijden die je je altijd zal blijven herinneren?

Gerard:

“Ik was vaak met zoveel dingen bezig. Op zondag voetbalde ik, ik deed er dan alles voor, ik speelde om te winnen. Op zaterdag op tijd naar bed. Ik was altijd wel gemotiveerd. Ik heb ook de pech gehad, dat ik de beslissingswedstrijd op Houtrust tegen Leonidas niet heb gespeeld, omdat ik in de wedstrijd op de zondag ervoor een schorsing opliep. Daar baalde ik natuurlijk wel van. Vooral omdat we die wedstrijd verloren.”

Marko

“De wedstrijd bij Omniworld op 10 mei 2009, toen we kampioen werden in de hoofdklasse. Op dat moment was dat het hoogst wat mogelijk was op amateurniveau. Die prestatie was des te knapper, als je ziet wat de begroting van Westlandia was. Je kon ons een beetje zien als ‘het Excelsior van de eredivisie’. Voor mij was die wedstrijd speciaal, als oud-speler van FC Omniworld, dat ik daar dan speel en ook nog de winnende maak. Westlandia won die wedstrijd met 2 – 0, Marko maakte de tweede.”

Voetbalhumor(3)

“Het volgende gebeurde ook tijdens een trainingskamp. De groep zou ’s avonds gaan eten. Een groot buffet. Het idee was een hoofd dat tevoorschijn komt als iemand een deksel optilt. Om dat voor te bereiden zijn we met een groepje de hele dag bezig geweest. Tafels naast elkaar, tafelkleden netjes en een deksel regelen. De man die onder de tafel zou gaan zitten, was Steven van der Mark. Hij zat uiteindelijk bijna twee uur helemaal opgevouwen onder de tafel. Het duurde een hele tijd, voordat iemand de deksel optilde. Chris Koehler was het slachtoffer. Toen hij de deksel oppakte, zag hij plotseling een gezicht omhoog komen.

Gelukkig heeft zijn hart het overleefd.”

Het interview werd afgesloten met biertje, aangeboden door gastheer Gerard Scholtes. We proostten op het eerste van Westlandia, dat met een hele mooie reeks overwinningen bezig is.

 

 

Deel dit artikel met je vrienden