Home » De club » Ons kent Ons » Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer

Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer

📁 Ons kent Ons 📅 woensdag 06 januari 2016
Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer Dubbelinterview Cees Bentvelzen en Mike Brouwer

Vaders en zonen

Er waren twee redenen om Kees Bentvelzen en Mike Brouwer te koppelen voor een dubbelinterview. Allereerst hun vaders die ook voetbalden en helemaal niet onverdienstelijk, Coen Bentvelzen en Geert Brouwer. Ten tweede omdat ze allebei vleugelaanvallers zijn en allebei aan de linkerkant.

Kees zit vol verhalen, hij gaat er bij staan, maakt hand- en voetgebaren. Tegenover dit vertelgeweld doet Mike het wat rustiger aan. Hij blijft zitten en doet zijn verhaal kalm en genuanceerd.

Kees (63 jaar) is docent geschiedenis aan het ISW in Naaldwijk. Dat doet hij met heel veel plezier en hij wil nog helemaal niet met pensioen. Hij vertelt zijn voetbalverhalen ook als spannende geschiedenislessen.

Mike (26 jaar) werkt als civiel aannemer bij Heijdra Services in Hoek van Holland. Samen met zijn baas verzorgt hij grondwerken bij benzinepompstations door het hele land. Het gaat dan om aanleggen, vervangen of renoveren van opslagtanks.

Wat zijn jullie eerste voetbalherinneringen?

Kees:

“Dan kom ik toch bij mijn vader uit: Coen Bentvelzen. Wij zijn bij wijze van spreken op het voetbalveld geboren. Mijn vader voetbalde in het eerste en mijn moeder kwam uit een echt voetbalgezin, 16 kinderen, 12 jongens en 4 meisjes. Die 12 jongens vormden samen een elftal. Haar ouders, mijn opa en oma beheerden lange tijd de kantine van Westlandia.”

“Ik kan me herinneren, dat ik langs de lijn zat en een ‘cidertje’ kreeg. Ik herinner me ook nog een uitwedstrijd bij Schoonhoven. Met de bus. Maar die club was gestraft en de thuiswedstrijd tegen Westlandia moest zonder publiek gespeeld worden. En toch gingen wij erheen. De bus werd buiten het sportpark neergezet en wij hebben in die bus gezeten, totdat de spelers weer terugkwamen. Eigenlijk bizar dat ik me dat nog herinner. We probeerden nog wel over het hek te kijken, maar we zagen gewoon niets.”

“Op mijn negende verjaardag kreeg ik een koffertje met daarin een groen shirt, een broekje, sokken en voetbalschoenen. (Maar met 10 jaar mocht je pas op de voetbal.)

’s Woensdags ging ik met mijn koffertje naar het veld aan de Lange Broekweg om te trainen bij Koos van Zeijl. En op zaterdag ging ik op de fiets met mijn koffertje naar het veld in de hoop dat er een team spelers tekort kwam en dan ging ik mee naar LVSJ in De Lier, Quintus of Velo.”

“Een andere voetbalherinnering is aan een schoolvoetbaltoernooi met de Joannesschool. Daar schoot ik een penalty op de paal.”

Mike:

“Ja ook met mijn vader: Geert Brouwer. Die speelde bij VV Naaldwijk. Elke zondag waren mijn broer Kevin en ik op Naaldwijk, van een uurtje of 9 tot een uurtje of 9. Mike’s opa (Ad Brouwer), was er bestuurslid en zijn oma hielp onder andere achter de bar (Dat doet ze nog steeds). Mijn broer en ik zagen mijn vader nooit spelen, wij gingen zelf voetballen op een klein verhard veld. Tegen elkaar. Dat konden we dagen doen.”

“Ik was 5 jaar oud toen ik zelf ging voetballen bij Westlandia, daar voetbalde mijn broer al. Met 5 jaar was ik nog wel te jong, maar ik speelde al zo vaak dat ik wel bij Gerard Mulder, bij de allerjongsten kon aansluiten. Ik begon op mijn zesde in de F7.”

 

Welke rol speelde de voetbal in het gezin?

Mike:

“Daar werd alles op afgestemd. Als mijn vader moest trainen dan aten we eerder of hij at alleen. Maar 9 van de 10 gevallen aten we eerder. Op zondag waren we met de familie en met het gezin op de voetbal bij vv Naaldwijk.”

“Thuis werd er vaak over voetbal gepraat, maar ook wel over andere dingen. Als je jong bent, wil je er niet over praten, je wilt voetballen, 7 dagen in de week.”

“In de wijk Pijletuinen waar we woonden was een parkje. Met de fiets haalden we andere jongens op en dan gingen we voetballen, soms wel met 30 jongens.”

Kees:

“Voetbal speelde een enorme rol, vooral ook, omdat er nog niet zoveel meer was. Op een verjaardag (mijn vader kwam uit een gezin van 10 kinderen en mijn moeder uit een gezin van 16, en die kwamen allemaal, terwijl we in een tamelijk klein huisje woonden) ging het de hele ‘godganse’ avond over voetbal.”

“Alles was zo’n beetje voetbal,… voetbal en de kerk. Op zondag gingen we eerst naar de kerk en daarna koffie drinken bij oma. Daar waren ook al mijn ooms. Daar zat ik graag bij om te luisteren naar hun verhalen. Mijn moeder had het ook altijd over voetbal. De hele familie was ermee bezig.”

“Ikzelf voetbalde vaak op het ‘Teertje’, een speelplaats van bituum (= teer) met speeltoestellen in de wijk Kruisbroek, war nu het Valstarplantsoen is. In mijn beleving waren we daar ieder avond aan het voetballen.”

 

Wat voor voetballer was jullie vader?

Kees:

“Vroeger werd er gespeeld volgens het stopperspil systeem. In dat systeem waren er 3 achterhoede spelers, 2 spelers op het middenveld en 5 voorhoede spelers. Mijn vader speelde centraal achterin als stopperspil. Hij was een harde, maar eerlijke voetballer en een goede verdediger, maar hij had eigenlijk helemaal niet zoveel techniek. Daar kwam ik later een keer achter.”

“Ikzelf oefende heel veel met schieten tegen een muurtje of tegen de tuindeur. Ook met links, links, alsmaar links en balletje hoog houden. Dan kwam mijn vader op zijn klompen aan, en ging ook de bal hoog houden. Dan haalde hij maar 5 keer. Dan zei ik: Verdorie Pa, ik haal wel 1000 keer.”

“Ik herinner me ook dat hij altijd een ‘stiekie’ in zijn haar had.( Gekregen van zijn vrouw, Kees’ moeder) Dan zat zijn haar in een bepaalde slag. Hij moest dat ‘stiekie’ ook regelmatig goed doen, als hij een bal gekopt had.”

 “Als mijn vader en ik één voetballer geweest zouden zijn dan had er wel wat ingezeten, zal ik maar zeggen.”

“Hij had dat harde.”

“Ik was een plaag, deed soms gewoon rare dingen.”

 

“Ik waardeerde hem, omdat hij juist de dingen had die ik miste.”

Mike:

“Ik was natuurlijk altijd aan het voetballen, maar ik heb wel wedstrijden van hem gezien. Hij is net als ik in de jeugd begonnen als buitenspeler. In de senioren is hij op een backpositie gekomen. In de jeugd was hij een technische speler. In de senioren is hij een harde, maar noeste werker geworden en hij heeft ook heel wat jaren in het eerste van de vv Naaldwijk kunnen spelen. Ik ben een heel ander soort speler dan hij geweest is.”

“We hebben ook nog samen gespeeld in de zaal. Dat kan nu niet meer, ofschoon hij best nog zou willen voetballen. Vier jaar geleden heeft hij zijn kruisband gescheurd in de zaal, op een donderdagavond. Je weet hoe dat gaat: Net iets te wild doen.”

“Mijn vader komt altijd kijken als we spelen. Bij de rust staat hij dan bij het hek als we het veld aflopen naar de kleedkamer. Om iets te zeggen, …of niets te zeggen. Dan weet ik ook genoeg.”

 

Hoe verliep jullie jeugdopleiding?

Mike:

“Ik ben bij Westlandia in de F7 begonnen en na een half jaar mocht ik naar de F4, de officiële eerstejaars F. Gerard Mulder was daar mijn trainer. Daarna mocht ik kiezen F1 of E5. Ik koos voor de E5, omdat dat iets grotere jongens waren. Vervolgens stroomde ik door naar de E1. Toen kwamen er verschillende brieven en er kwamen mensen kijken. Ik weet nog dat de leider en de trainer ruzie kregen, omdat ik op goal stond, toen ze voor mij kwamen kijken. Ik ben toen naar ADO gegaan. Vrij jong, achteraf gezien. Maar toen wilde je elke kans pakken om profvoetballer te worden.”

“Na 6 jaar ben ik weer teruggegaan naar Westlandia.”

Op een gegeven moment rond zijn 13-de/14-de jaar was er teveel voetbal (3 keer in week trainen, wedstrijden in het weekend). Hij zag zijn vrienden uit Naaldwijk nauwelijks meer. Toen maakte hij de keuze om terug te gaan naar Westlandia. Ik had bij ADO mogen blijven, ik heb het contract nog liggen. Maar ik ben blij met die keuze, achteraf. Ik heb een goede jeugdopleiding gehad met o.a. Raymond Atteveld als trainer. Je moest er wel altijd presteren, ook op de training.”

“Nu en hier bij Westlandia is het soms gewoon leuk om te trainen. En na de training lekker lachen in de kleedkamer.”

Kees:

“Van een echte jeugdopleiding was eigenlijk geen sprake. Tot in de A.”

“Mijn allereerste trainer was Koos van Zeijl. De training was op woensdagmiddag, 30 jongens, 1 bal. Dan stonden we met zijn allen op een rijtje. Koos met de bal. Koos gooide de bal op en dan moest je die bal terug koppen. En je sloot weer achteraan aan in de rij. Ik heb verder in de jeugd Jan Noordermeer en Lies van Geest als trainer gehad.”

“In de A kwam Koos Grootscholten, de eerste betaalde jeugdtrainer. Koos was een theoreticus. Wij 16/17 jaar oud zaten in de bestuurskamer en Koos met ‘dat bord’, waarmee hij allerlei technische dingen uitlegde. Ik heb daar heel veel van geleerd. Koos was ook een meester in het bedenken van listige vrije trappen. Hij leerde ons hoe je een corner moest nemen. Niet zomaar de bal voorgooien. Nee, een paar koppers op de rand van het strafschopgebied, die moeten inlopen. De bal hard en strak richting penaltystip en koppers slaan met hun hoofd tegen de bal.”

“Hij leerde ons driehoekjes te maken. Wij speelden toen in de regionale jeugd o.a. tegen Feyenoord en dan kwamen de lessen van Koos goed van pas.”

 

Hoe zijn jullie vleugelspelers geworden?

Mike:

“Van jongs af aan ben ik buitenspeler geweest. Bij ADO werd ik back. Terug bij Westlandia kwam ik op 10, vanwege mijn voetbaltechnische capaciteiten. In de senioren zette de trainer me linksbuiten. Ik ben een pure linkspoot, maar ik kan met rechts goed uit de voeten.”

“Ik ben niet een jongen die kan scoren. Mijn specialiteit is de voorzet. Op dit moment speel ik meer als opkomende linker middenvelder. Een goede vleugelspeler heeft snelheid en één goed been ( de andere is om te lopen, vult Kees aan). ”Ik ben niet de snelste speler, maar ik hoef de tegenstander niet voorbij om een voorzet te geven. Als je naast de verdediger loopt, kan je de bal al voorgeven op Rémon van Bochoven, dit jaar onze spits. Je geeft de bal een beetje richting eerste paal en hij moet zorgen dat hij daar is.”

Kees:

“Ik herken heel veel in het verhaal van Mike. Ik ben als middenvelder begonnen. Omdat leiders huiverig waren. Vanwege het ontbreken van mijn verdedigende kwaliteiten hebben ze me vleugelspeler gemaakt. En ik vond verdedigen bovendien maar helemaal niks. Dat was prima. Links of rechts maakte mij niets uit. Ik kwam heel vaak de bal halen op het middenveld. Dat kon, want aan mijn kant stond Koos Post als linksback, die kon 3 marathons achter elkaar lopen, die bleef maar opkomen. Later kwam Ger Ammerlaan als linkshalf. Dat was ook zo’n loper. Ik kon dan met alle liefde en plezier naar binnen en was overal te vinden behalve op de linksbuitenplaats. We wisselden vaak van positie.”

“Kees was van nature een rechtspoot, maar hij oefende eindeloos tegen het muurtje in de tuin met rechts en met links. Een bal aannemen en schieten deed hij net zo gemakkelijk met zijn linker- als zijn rechtervoet. Ik nam alle vrije trappen, en de corners en ook de penalty’s met links of rechts. Er is een seizoen geweest, waarin ik 10 keer scoorde, 8 keer daarvan uit een penalty.”

Toen Kees in dienst zat, speelde hij een jaar in het derde. Toen ging ik met een paar andere jongens elke zaterdagmorgen onder begeleiding van Nico van Huet ‘een zootje vrije trappen nemen’. “We hadden toen al zo’n oefenmuurtje, waar we eindeloos over of langs op het doel moesten schieten. Zo was er ook een jaar dat ik er ongeveer 5 vrije trappen inschoot.”

 

Wie is voor jullie de beste speler op dit moment?

Kees:

Messi.

De beste speler ooit.

Hoe hij één is met de bal.

Hoe hij de bal aan zijn voet weet te houden.

Mike:

Mijn eerste keuze is ook Messi.

Maar ik kan ook genieten van Ronaldo.

Met zo veel en zo hard en zo gedreven trainen

is hij op het niveau gekomen dat hij wilde bereiken.

Aan elke beweging, aan elke aanname en aan elk schot van Ronaldo

zie je dat dat getraind is.

 

Belangrijke doelpunten.

Mike:

“Bijna 3 jaar geleden. Met Westlandia zaten we in een moeilijke periode en mijn opa

(Ad Brouwer) was net overleden. Ik zei al, dat ik niet zoveel scoorde en toen maakte ik een doelpunt. Op dat moment kwamen alle emoties boven. ’s Maandags stond er ook een mooie foto in krant.”

“Dat doelpunt heb ik niet voor mijn opa gemaakt, maar het blijft voor mij wel altijd met hem verbonden.”

“Ik scoorde ook een keer tegen Ajax. We waren met het tweede kampioen geworden en we speelden om het kampioenschap voor reserveteams tegen Ajax. Ik scoorde de eerste na 30 seconden. Dat vind ik wel mooi, scoren tegen Ajax. We wonnen die wedstrijd met 3 – 2.”

Kees:

“Er is één doelpunt dat me altijd zal bijblijven. Uit bij DCV in Krimpen aan den IJssel. Het was nog 0 0 en we hadden een overwinning nodig.”

“Er komt een lange bal van George van Holsteijn, de bal stuit net buiten het strafschopgebied. Ik neem de bal aan. Dan komt er een tegenstander naar me toe. Ik wip de bal over deze man. De bal stuit nog een keer. Dan komt er een tweede tegenstander naar me toe. Ik wip de bal ook over deze man heen en neem de bal meteen vanuit de lucht op de slof. Zoef in de hoek. We wonnen uiteindelijk met 1 – 0.” (Kees gebruikt handen, voeten en mond om dit doelpunt te beschrijven. Mike en ik zien de bal zo voor onze neus het doel invliegen.)

“Ik was ook de man van de penalty’s.”

“Bij de opening van het sportpark speelden we tegen Ajax. In de tweede helft kregen we een penalty. God mag weten waarom. De bal was één keer in het strafschopgebied van Ajax en de scheids floot voor een penalty.”

“Maar toen stonden er ineens een paar, die ook wel interesse hadden in die penalty. Toen heb ik wel gezegd:’ Hallo jongens, ik neem toch altijd de pingels’. Hans Galjé stond op doel. Ik nam de penalty Kiprich-achtig, met een langzame aanloop. Galjé ging naar de verkeerde hoek.”

Bij het nemen van penalty’s had Kees een vaste strategie: ‘Altijd in dezelfde hoek.’

 

Hebben jullie ernstige blessures gehad?

Kees:

“Zelden.”

“Ik heb in de A-junioren mijn enkel gebroken, daardoor is naar mijn idee die enkel zwak…, maar misschien zit dat wel in mijn hoofd. Ik heb nooit blessures gehad. Eén keer heb ik een blessure verzwegen. Ik had ‘gezaalvoetbald’ op zaterdagavond en een tik tegen mijn enkel gehad. Die voelde ik wel de ander morgen, maar ik durfde niks te zeggen, want zaalvoetballen en ook nog op zaterdagavond was ons nadrukkelijk verboden.”

Ik heb de wedstrijd gespeeld, maar ik heb de hele wedstrijd in de middencirkel gestaan en ballen zo snel mogelijk doorgespeeld. De dag erna stond er in de krant dat ’Kees Bentvelzen een van de weinige spelers was die zijn normale niveau had gehaald’.”

Mike:

(een zucht): “Zat.”

“De laatste 4 jaar niet. Er is een periode van 2/2½ jaar geweest, dat ik geblesseerd was, dan wel op weg ernaar toe. Het gaat om een blessure aan de knie. Het heeft ook te maken met het kunstgras. Dat van Westlandia is slecht. Wat we nu hebben liggen, lijken wel betonplaten. Onlangs hebben we bij RKAVV gespeeld. Het kunstgras daar is zelfs nog beter dan echt gras. Inmiddels weten we dat er na afloop van dit seizoen een nieuw kunstgrasveld wordt aangelegd.”

Mike speelt altijd met pijn. “Sinds trainer Willem den Besten ben ik harder gaan trainen en in de zomer bleef ik doortrainen. Dat helpt. Ik had altijd opstartproblemen. Nu niet meer. Ik ben er heel erg mee bezig.”

 

Hoe kijk je terug op je voetbaljaren?

Kees:

“Ik was 31 jaar, toen ik stopte. Tussen je 23-ste en 31-ste jaar was je 3 of 4 dagen in de week met voetbal bezig in teamverband en na de voetbal in de kroeg zag je elkaar weer. Als je dan stopt zie de spelers met wie je je jarenlang heel intensief samenspeelde bijna nooit meer. (Als je niet iets voor de vereniging gaat doen.”

“Dat voetballen was een manier van leven. Alles staat vast: trainen, wedstrijden, je sociale contacten.”

“Iedereen kent je ook een beetje en zegt tegen je: Goed gespeeld Kees, Penalty gemist, hè! Dat streelt je ijdelheid wel.”

 

Denken jullie al aan het balkon?

Mike:

“Het valt wel mee.”

Na 12 wedstrijden is Westlandia zondag 1 nog zonder puntverlies. ”Als we ongeslagen de winterstop halen, betekent dat slippers mee op trainingskamp in plaats van voetbalschoenen. Dat is afgesproken.”

De 13-de en laatste wedstrijd voor de winterstop verloor het eerste echter van DHC. Het werd 0 – 2. En het slippersverhaal gaat niet door. Mike is daar eigenlijk wel blij mee, want hij wil gewoon lekker trainen. Voor hemzelf is het belangrijk in conditie te blijven. Hij vond die slippers maar niks.

We bekijken nog de uitgebreide collectie voetbalfoto’s van Kees uit een bijna vergeten la. Daarbij foto’s met de ‘voorzet om een hoekje’, Westlandia – Feyenoord, Westlandia – Ajax. En een elftalfoto met een Kees Bentvelzen die sprekend lijkt op Frank Zappa.

Mooie verhalen, wat kan praten over voetbal leuk zijn.

 

 “Ik geloof wel dat je in bloedvorm bent.”

                                                            Coen Bentvelzen over Kees Bentvelzen.

 

Tijdens het eten Het enige compliment, dat Kees ooit van zijn vader kreeg.

Hij had de dag ervoor tegen VIOS gespeeld, een wedstrijd waarin werkelijk alles lukte.

JvdM

 

Fotobijschriften Kees Bentvelzen

Foto 1

Westlandia -  Feyenoord

Op 19 juli 1975 speelde Westlandia ter gelegenheid van de opening van Sportpark De Hoge Bomen een oefenwedstrijd tegen Feyenoord. Hier een mooie actiefoto uit die wedstrijd. De man om wie het gaat op deze actiefoto is Willem van Hanegem met een te hoog geheven been tegen Jan Zeestraten. Het ziet er “close” uit.  En prominent in beeld Kees Bentvelzen. Iets meer op de achtergrond is ook  Joop van Holsteijn zichtbaar.

Joop van Daele, toen nog niet van het brilletje, staat voor het nieuwe scorebord en lijkt zich zelfs breed te maken. Daardoor zien we de score niet. Die kunnen we echter wel raden, want we zien een stuk van een 7. Westlandia verloor de wedstrijd met 0 – 8. Er waren 4000 mensen op deze wedstrijd afgekomen op deze prachtige zomeravond.

Foto gemaakt door Cor Hogenboom

Foto 2

Uit de wedstrijd Westlandia- DHL, gespeeld op 16 april 1979.

Een voorzet om een hoekje. Dit is wat Mike en Kees bedoelden, als ze zeggen, dat je een verdediger helemaal niet hoeft te passeren. Je kan de bal ook net voor de man langs schieten. Kees demonstreert dat hier, maar… kraakt de verdediger van DHL deze voorzet?

Volgens Kees ligt voor de reclameborden helemaal rechts met een bal voor zich een nog piepjonge Leo Schelvis.

Foto gemaakt door Stef Breuken

Foto 3

Uit de wedstrijd VIOS – Westlandia van 8 februari 1975.

Is dit een overtreding? Klonk hier een scheidsrechterfluit? Was dit de wedstrijd van het grote compliment van Kees’ vader? Is dit voetbaltheater? Zien we daar op de achtergrond niet Kees van Dam?

Foto gemaakt door Cor Hogenboom

 

Fotobijschriften Mike Brouwer

Foto 1

Mike Brouwer poseert voor de kantine. Hij is uitgeroepen tot “man of the match” na de wedstrijd tegen Jos/Watergraafsmeer. Hij scoorde twee keer.

Foto 2

Een actie uit de wedstrijd tegen DHC. De wedstrijd werd gespeeld op 2 februari 2014 en eindigde in  2 – 2. Westlandia behaalde met die uitslag een periode titel binnen.

Foto 3

Daar komt die voorzet!

Deel dit artikel met je vrienden